NEWS/PRESS

check out this new clip with Tutu Puoane.I love it  https://www.youtube.com/watch?v=WTUUIF6qg7c&feature=youtu.be

 

 

July 10th --

THANX RED DEVILS--------awesome :-)

 

february 27th 2014-

I'm really into Dr John E Sarno's work. Just read a few books, he is the man...

finished watching "breaking bad" & "homeland"....ouch....amazing

NOVEMBER 7TH

--I recorded 2 CD's I'm particularely proud of this year.With 2 amazing singers

Tutu Puoane "breathe"

Maria de Fatima "stella"

check them out if you have a minute.Good stuff :-)

 

 

OCTOBER 28th

--As usual,I have many fun gigs coming up but the tribute to Bob Marley with my old buddy Bilou should be a fun party to attend if you happen to be around.(sounds jazz club november 1rst & 22nd)

--Currently reharsing with Kris Defoort trio and Josse De Pauwe for a serie of shows coming up and that will be fun as well.

--on november 25th,I'll playing in duo with the amazing Tutu Puoane in Bruxelles (P.L.O.E.F).We played this past thursday in Gent and I had a lot of fun.Dont miss it

 

 

 

 

 

interview Nic by Dries

 

Hoe bewust ga je om met elementen die je muziek beïnvloeden?

Je studeert een bepaalde stijl of muzikant, en meestal merk je pas later wat je juist beinvloed heeft. Alles heeft een invloed op je. Muziek die gedraaid werd als je klein was, waar je ouders naar luisterden als ze in slaap vielen. Dat laat een diepe indruk achter. Wat ook belangrijk is zijn dingen waarvan je denkt dat je ze eigenlijk niet leuk vind, deze worden ook een invloed. Zoals bepaalde aspecten van onze cultuur waar we misschien niet zo trots op zijn, of minder aantrekkelijke kenmerken van jouw omgeving. Maar toch is het daar, en je moet er mee omgaan. Je kan het niet negeren, want als je dat doet probeer je om iemand anders te zijn, en dat is nooit goed. De enige manier om goede muziek te maken is om eerlijk te zijn. Muzikanten kunnen technisch nog zo sterk zijn, als ze muziek zouden maken die niet overeenkomt met hun persoonlijkheid, dan zal de muziek corny klinken.

De grootste fout die een muzikant, of een mens kan maken, is om gesloten te zijn naar al die potentiële invloeden. Niet alleen in muziek, maar in alledaagse dingen. Als je van het Noord-station van Brussel naar mijn huis stapt moet je alles rondom je heen absorberen. Voordat je het weet ga je over twee maanden een compositie schrijven met invloeden van muziek uit het Midden-Oosten. Het is niet zo dat je plots bedenkt om een Arabisch muziekstuk te schrijven. Je neemt alles rondom je heen op, en muziek wordt een medium om jezelf uit te drukken. Als je een reis hebt gemaakt kan dit zo’n sterke indruk op je achter laten dat je het leven anders bekijkt. Al deze invloeden kruipen in je muziek. Ook je humeur reflecteerd zich in je speelwijze.

Denk je dat we een sterke eigen cultuur hebben waar je door beïnvloedt bent, of ben je eerder beïnvloedt door je indrukken van je reizen en andere culturen.

Er zijn culturen waar muziek echt een onderdeel is van hun levensstijl. Bijvoorbeeld in Afrika is er muziek bij het ontwaken, bij de maaltijd, ’s avonds is er trance-muziek voor het slapen gaan. Het is iets evident zoals eten of praten met mensen. Ik zie dit ook bij mijn Afro-Amerikaanse schoonfamilie in Californië. Rond de periode dat wij Kerstmis en Nieuwjaar hebben, vieren zij Kwanzaa. Het is een viering van een week rond de Afrikaanse rituelen in Amerika. Vrienden en familie komen samen om te eten en er wordt door iedereen gezongen. Alle kinderen zingen een liedje voor de hele groep en ze zijn er niet verlegen om. Ze hebben dit altijd gedaan en hun ouders en grootouders hebben dit ook altijd gedaan. Je vindt hetzelfde fenomeen in de Anglo-Saksische traditie: Ierse, Engelse, Schotse folkmuziek. En natuurlijk ook in de Gipsy-cultuur in Oost-Europa, de Flamenco in Spanje, de lyrische traditie uit Italië, er zijn nog honderden culturen die deze traditie kennen. Zelfs in Europa kennen we de worksongs die we toeschrijven aan de slavencultuur waaruit de Blues is ontstaan. De ouders van Paolo Radoni hebben in de mijnen gewerkt en er werd steeds gezongen om het leven te begeleiden. Al die dingen zijn zo diep en rijk, het is pure expressie.

 

 

In België lijken we die traditie niet zo sterk te hebben, maar ik zou dit wel eens willen onderzoeken. Ik ben onlangs naar het instrumentenmuseum te Brussel geweest. Hier kan je fantastische instrumenten bezichtigen en oude opnames beluisteren. Deze instrumenten waren afkomstig uit kleine Belgische dorpjes, dus we hebben zeker wel een sterke Belgische muzikale cultuur. Het is wel zo dat we veel lenen van andere culturen. Als je kijkt naar grote namen als Jacques Brel, Toots Thielemans en Philippe Catherine merk je dit duidelijk. Ze hebben allemaal dezelfde warme, volkse, Belgische pathos, maar Jacques Brel leent zijn materiaal eerder van de Franse chansons en bluesette, terwijl Toots Thielemans en Philippe Catherine eerder uit de ritmische Amerikaanse cultuur beïnvloedt zijn. Als je deze invloeden zo sterk ervaart, maak je ze eigen, en deze zijn absoluut niet minderwaardig aan de invloeden die van je eigen cultuur zouden moeten komen. Ze worden jouw persoonlijke cultuur.

Ik merk dit ook bij mezelf. Ik heb tien jaar in Amerika gewoont, en natuurlijk heb ik hierdoor nog een grotere affectie met Amerikaanse muziek. Maar vanaf dat ik acht jaar was spendeerde ik uren, dagen en jaren in mijn kamer met platen en cd’s. Het werd mijn eigen wereld, waardoor die muziek een groeiend onderdeel van mezelf werd, ook al is het uitgeleend. En ik blijf toch het Europese lyrisme behouden, het wordt een mooie mix. Dit is ook duidelijk hoorbaar bij muzikanten als Eric Lignini of Joe Zawinul.

Heb je een vaste werkmethode?

Het is nooit zo dat ik op voorhand gepland heb om op een intellectuele manier iets te componeren. Het is meer een genieten van al mijn ervaringen die ik heb gestudeerd, gespeeld, geleefd, gevoeld. Ik neem mijn instrument en kijk wat er vanzelf komt. Mijn oudere composities zoals “Circles” en “Can Festis” zijn wel wat complexer dan mijn huidige composities. Daarmee bedoel ik dat ze vol zitten met ritmische verschuivingen, harmonische veranderingen, en dergelijke. Maar dat komt omdat ik de muziek zo hoorde in die tijd en omdat ik dat materiaal aan het studeren was. Nu worden mijn ideeën steeds simpeler en simpeler. Als ik aan nummer werk, en ik hoor maar twee akkoorden, dan is het zo. Ik ga misschien een beetje op zoek naar een derde akkoord, maar als het er niet is ga je het niet vinden. De dingen moeten uit zichzelf vloeien. Ik merk bij mezelf dat ik altijd iets creëer dat een begin, een midden en een einde heeft. Maar dat is niet gepland, het is intuïtie.

Mijn harmonische bagage is relatief  beperkt in die zin dat ik nog steeds bezig ben met Bebop en Swing, en dat reflecteerd zich ook in mijn composities. Ik studeer ook nog steeds stukken als “Moment’s Notice” van John Coltrane of “Conception” van George Shearing. De harmonie is zo rijk dat ik nog steeds nieuwe combinaties vindt om over het schema te improviseren. De cirkel is nog steeds niet rond, en het is hetzelfde bij mijn manier van componeren. Ik vind nog steeds nieuwe dingen in hetzelfde harmonische materiaal. Wat ik het belangrijkste vind is dat muziek fris klinkt. Het kan Bebop, Swing, Singer-Songwriter, Funk, Reggae of iets anders zijn, het hoeft niet wereldvernieuwend te zijn, zolang er een fris element is. Dat is de kern van een goed nummer.

 

Soms schrijf ik een compositie dat gebaseerd is op klank, zoals “Passages”. De klank van de drie noten die een tweeklank vormen is fantastisch. De open sol-snaar en de sol op de la-snaar samen met de kwint erboven brengen, zeker met nieuwe snaren, zoveel boventonen vrij. Er ontstaat een natuurlijke chorus die erg mediterend werkt. Ook het effect van het eerste akkoord dat ik in het A-deel gebruik is erg inspirerend. Deze klank wordt in de eerste cello-suite van Bach gebruikt. De kwint heeft zo’n powerfull impact, en de 10 (de terts bovenaan) is een prachtige klank. Het is voor mij waarschijnlijk het mooiste interval van de contrapunt. De grondnoot en de terts een octaaf erboven, het is zo compleet. Ik speel in “Passages” wat met die magische combinatie in het hogere register van de basgitaar, en herhaal het met een kleine variatie. Voor het dan vervelend wordt, ga ik naar het onderste octaaf, waar ik hetzelfde effect creëer, maar met een dikkere klank.

Ik maak ook vaak gebruik van de klassieke modulatie een kleine terts hoger. Dit gebeurt ook in “Passages”. Na enkele heralingen met variaties kom ik tot een tweede deel dat begint in sol mineur, wat de zesde graad is van si mol majeur, het doelakkoord van de modulatie. Dit is waarschijnlijk de meest gebruikte modulatie in harmonieboeken die gaan van Bach tot the Beatles ,maar het is nog steeds mijn favoriet, en ik heb er combinaties van gebruikt in “Passages”. Ook de plotse modulatie naar mi majeur heeft eenzelfde mineur terts-verwantschap. Sol is een kleine terts van mi. Voor ons gehoor is dat niet ver gezocht. Het is alweer een gecamoufleerde modulatie die wij in onze Westerse cultuur al gehoord hebben. Voor onze cultuur is dat ok. Plus het effect van de open mi-snaar en de twee kwinten erboven gestapeld doen de basgitaar zeer goed klinken.

Mijn composities zijn een intuïtieve geboorte van allerlei principes die ik heb geleerd, gehoord en gevoeld. Ik probeer ze op een intuïtieve manier neer te zetten, en om alle parameters die ik ter beschikking heb te distilleren tot de essentie. Het repertoire is ontstaan door het bestuderen van de basgitaar, toonladders enzovoort. Door het experimenteren met je instrument merk je welke dingen werken en welke niet. Zoals het goed klinken van de open sol-snaar of open E-snaar op de basgitaar. Het is moeilijker om een terts vanonder in een akkoord te doen klinken op een basgitaar dan vanboven in een drieklank. Je zoekt ook bepaalde patronen uit songs die je catchy vindt, tot je tot een eigen vocabulair komt.

Componeer je anders voor een groep dan voor je solorepertoire?

Het is al een tijdje geleden dat ik voor een groep heb geschreven. Voor een groep schrijf ik echt doelgericht voor specifieke muzikanten in die groep. Het is een kunst om te weten hoeveel informatie je iemand moet geven zodat ze toch nog  genoeg vrijheid hebben om als zichzelf te klinken. Het is een erg fijne lijn. Ik maak het omgekeerde ook erg vaak mee. Als iemand een compositie voorlegt, en er is genoeg vertrouwen in de groep, dan stel ik soms voor om een baslijn te veranderen naar mijn idee. Dit is enkel om de muziek te steunen en heeft niets met ego te maken.

 

Het grootste verschil ligt eerder in de improvisatie. Mijn manier van improviseren op één van mijn solo-composities ligt dichter bij het spelen van Popmuziek dan bij Jazz. Daarmee bedoel ik dat er veel op voorhand vastligt, ik improviseer eerder als een instant-composer. Ik improviseer eerder door kleine variaties in het thema aan te brengen. Met uitzondering van “36th 10th” dat zich misschien eerder leent om solistisch te improviseren dan de andere composities. Ook veel ideeën voor mijn solo’s liggen al wel wat vast, waarin de echte improvisatie dan in de variatie of de plaatsing van het idee ligt. Dit fenomeen kwam ook veel voor in oudere Jazz. Bijvoorbeeld bij Art Blakey & the Jazz Messengers. Als je verschillende opnames hoort uit dezelfde periode, speelt een solist vaak identiek dezelfde solo. Het wordt een onderdeel van de compositie. Het is helemaal niet minderwaardig voor mij. Veel hedendaagse Jazz eist om steeds nieuwe dingen te improviseren. Voor mij zijn hedendaagse Jazzmuzikanten zoals Bill Frisell of John Scofield dan interessanter. Ze hechten zeer veel belang aan de manier van fraseren, en interpretatie van een eenvoudige lijn.  Mijn manier van improviseren ligt hier zeer dicht bij.

Ik probeer elke keer mijn interpretatie en frasering van een melodie te verbeteren. Daar ligt het grootste deel van mijn improvisatie.
Ik heb gelezen dat muzikanten als Jaco Pastorius en Marcus Miller hun solo’s componeren alvorens in de studio te gaan. Daarom zijn ze zo legendarisch, er is aan gewerkt.

Hoe onderscheidt een compositie van Nicolas Thys zich van die van anderen?

Het is moeilijk om dat over mezelf te zeggen. Ik hou van lyrisme. Ik zoek de schoonheid in mooie, simpele melodieën. Je hebt simpele muziek die de beste muziek van de wereld is, en simpele muziek die de meest “corny” muziek van de wereld is. Hopelijk blijft mijn muziek fris in zijn simpliciteit. Ik denk dat mijn fascinatie daarvoor komt van één van mijn grootste invloeden na Bach, namelijk the Beatles. Ik zat gisteren in de studio en we coverden “Julia”. Een eenvoudig nummer, maar het zit geweldig in elkaar. De muzikale boodschap van the Beatles is een song to the point schrijven, en op vlak van song-writing is er niemand die hen evenaard. Ik probeer in alle muzikale contexten waar ik in terecht kom die efficaciteit te benaderen. Het is die essentie die een compositie sterk maakt. Alle andere parameters zijn er om die kern te kleuren.

Ik vertaal ook andere instrumenten op mijn basgitaar. Ik speel een beetje piano, gitaar en drums. Maar ik speel veel beter drums op de basgitaar dan op de drums. Het is hetzelfde met zingen, ik kan niet zingen zoals Stevie Wonder maar ik vertaal het op mijn bas, misschien daarom dat mijn muziek zo lyrisch klinkt. In het kader van de solo-composities vertaal ik eigenlijk een hele band op mijn basgitaar. De stukken zijn een orkestratie van alles wat ik hoor. In “Roots hoor je bijvoorbeeld de gitaar, en de bas tegelijkertijd. Soms zijn er wat ritmische passages die percussie voorstellen, en de stijgende melodie die er af en toe uitspringt stelt de stem voor.

Ik ben altijd grote fan geweest van Franse impressionisten van de 19e eeuw, al vanaf ik heel jong was. Ik zie mezelf ook eerder als een impressionistische muzikant. Je ziet iets, en vertaald het in hoe je het ervaren hebt. Het is niet de realiteit, het is een poëtische indruk van het moment.

Dat reflecteerd zich misschien het sterkste in “New Mexico”. Ik probeer niet om de Tex-Mex-klank letterlijk te brengen. Het is mijn indruk ervan. Als je dat op een eerlijke manier doet dan komt het mooi over. Je kan altijd nieuwe dingen ontdekken in een impressionistisch schilderij, of op een andere manier bekijken, en ik hoop hetzelfde te realiseren met mijn muziek. Ik heb dat gevoel alleszinds bij de poëtische muziek van Miles Davis of Wayne Shorter. Ik luister altijd met een ander oor, het blijft interessant. Bij iets plattere muziek krijg je die fantasie niet. Ik hoop dat mijn muziek ruimte heeft voor poëzie.

Wat betekenen de titels van je repertoire?

“Roots” gaat om het opnemen van invloeden. Je laat de dingen komen zonder na te denken, op intuïtie, zoals een baby. Als je dan terugblikt op wat je hebt gecreëert is het soms moeilijk te herkennen van waar die invloeden komen. Bij Roots was dit nochthans zeer duidelijk voor mij.  Namelijk the Beatles, Bach, Braziliaanse muziek, harmonie van Gospelmuziek en een Afrikaanse puls. Het was niet bewust gepland wanneer ik het schreef, maar achteraf was het duidelijk wat mijn roots waren.

“36th10th” gaat echt om de plaats. Het was een studio waar ik woonde in New York. Het gaat om de volledige Amerikaanse ervaring, het heeft voor mij heel veel betekend. Ik zat op die plaats wat op mijn basgitaar te spelen terwijl ik naar de sterren op tv zat te kijken.

“Circles” heeft jaren geen titel gehad, ik had het wat links laten liggen. Jaren nadat ik het stuk geschreven heb, wanneer ik mijn ideeën over het solo-repertoire heb vervolledigd, is de cirkel eindelijk rond. Mijn concept is duidelijk geworden.

“Can Festis” heeft een Spaanse indruk voor mij. Ik heb jaren in Spanje gespeeld en er veel ervaringen opgedaan, en ik was gek op de muziek van Paco de Lucia en Carlos Benavente. De compositie had ook lang geen titel, maar wanneer ik er naar terugluister hoor ik die Spaanse sfeer opnieuw. Can Festis is de naam van een gasthuis op het platteland in Spanje, waar elk jaar een kunstenfestival wordt gehouden. Ik heb daar een paar keer gespeeld en drie dagen muziek gespeeld, gegeten, gedronken en gerookt op een Spaanse decadente manier.

“Passages” heeft een erg meditatieve en mysterieuse sfeer, en een hypnotisch ritme. Het kan een korte passage betekenen, zoals de tijd die wij nu samen doorbrengen met dit interview, of een langere periode, zoals de tijd die iemand op aarde doorbrengt. Dan denk ik aan Pierre Van Dormael, hij is hier geweest, ik heb hem ontmoet, hij heeft een gigantisch gift gegeven aan de wereld, en is dan weer plots verdwenen.